10-05-05

Biomechanische schouderklachten

Schouderpijn

Biomechanische schouderklachten

Overbelaste spieren: door samentrekken en ontspannen zorgen de schouderspieren ervoor dat de arm kan bewegen. Bij overbelasting (té lang gewerkt of met té grote trekkracht) ontstaat er ‘oververmoeidheid’ van de spier, een letsel of zelfs een scheur.

Overbelaste pezen: de pezen (de uiteinden van de spieren) hechten ‘als een kap’ aan de kop van het opperarmbeen, vandaar de benaming ‘rotatorencuff’. Ook de pezen kunnen overbelast worden, of bij een val op de schouder scheuren. De pijn die je dan voelt kan intens zijn en wisselend, vaak heb je ook ‘s nachts pijn. Bij een scheur van de schouderpees zullen een aantal handelingen moeilijk worden zoals het haar kammen, aankleden enz. Daarom worden je zo snel mogelijk alternatieve (minder belastende) handelingen aangeleerd om de schouder te beschermen en om toch de dagelijkse activiteiten te kunnen doen.
(Rotatoren: rotatie = draaien, omwentelen)
(Cuff = omslag zoals van een mouw)

Inklemming (impingement ) dit kan je het gemakkelijkst begrijpen aan de hand van de tekening (zie instabiliteit). De kop van het bovenarmbeen wordt overkoepeld door het schouderbladdak, in de ruimte tussen beiden lopen de pees en de slijmbeurs (bursa). Tijdens het zijwaarts heffen van de arm (tussen 60° en 120°) wordt de ruimte tussen kop en dak kleiner. Bij mensen met een foutieve stand van het schouderblad of bij een foutieve stand van de bovenarm kunnen pees en/of slijmbeurs sneller ingekneld raken, waardoor ze gaan zwellen.
Gevolg: ze nemen meer plaats in en zo belanden we in een vicieuze cirkel.
Symptomen: men voelt een meestal scherpe pijn bij een specifieke houding van de arm, dikwijls half-zijwaarts geheven.

Bursitis. Wanneer de slijmbeurs of bursa ontstoken raakt spreken we van bursitis. Men heeft meestal zeer scherpe schouderpijn, vaak acuut ’s nachts, met onvermogen om op de arm te liggen.

Frozen Shoulder, (met bewegingsbeperking zoals bij een bevroren schouder). Ontstaat meestal na aanhoudende irritatie van de pees of de slijmbeurs maar ook na ongeval, operatie. Niet ongewoon bij patiënten met suikerziekte. Hier is sprake van een kwetsuur aan het gewrichtskapsel zelf met pijn en verdere, ernstige, beperking van de bewegingsmogelijkheden. Ook als iemand anders de arm tracht te bewegen lukt dit niet of niet volledig.

Instabiliteit: het probleem bij onze schouder is dat de kop van de bovenarm vrij groot is in verhouding tot de vrij kleine kom van het schouderblad. Dat kan je op de illustratie duidelijk zien.
Daardoor is het schoudergewricht van nature niet zeer stabiel.
Als tijdens het bewegen van de arm de kop niet altijd in de schouderkom blijft dan spreken we van instabiliteit.
Dikwijls is er sprake van een te los kapsel of zijn de spieren niet in staat om de kop voldoende te fixeren.
De schouderspieren moeten dus geoefend worden om een stabielere schouder te bekomen.

Aanpak van de schouderproblematiek

Het behandelplan bij schouderletsels is analoog aan de behandelplannen voor lagerug- en nekklachten. Ook nu is er een opdeling in acute en chronische klachten en worden de richtlijnen gevolgd die als werkzaam in de medische literatuur aangegeven worden. Bij sommige schouderaandoeningen zal de Bewegingsconsulent binnen het algemeen behandelplan bepaalde technieken toepassen, zoals myofasciale technieken, eventueel enkele specifieke technieken uit de manuele therapie.


|

De commentaren zijn gesloten.