20-12-05

Effecten van Massage

De effecten
Allereerst is er de mechanische verklaring. Door de massagetechniek op de huid ontstaat druk in weefsels, bloedvaten en lymfevaten. Hierdoor ontstaat een stimulering van de bloedcirculatie en lymfestromen.
De reflectorische verklaring gaat er van uit dat de massage prikkels laat ontstaan in zenuwtakjes in de huid en spieren. Deze prikkels gaan naar het verlengde merg en vanuit hier komt het signaal van vaatverwijding. Hierdoor ontstaat in het gebied dat gemasseerd wordt een betere doorbloeding. Hier komt bij dat weefsels onderling verbonden zijn via het zenuwstelsel. Een stoornis in een bepaald gebied heeft vaak een negatieve invloed op andere weefsels via zenuwbanen. Een gewricht dat niet goed functioneert heeft bijvoorbeeld een negatieve invloed op spieren rondom het gewricht. Ook gaan menstruatieklachten (baarmoeder) vaak gepaard met rugklachten (spieren van de lage rug). Naast een betere doorbloeding ontstaat reflexmatig ontspanning in diverse weefsels, pijnvermindering en een beter functioneren van organen.
Dat is er ook nog de chemisch-biologische verklaring van massage. Door massage komen diverse stofjes vrij, waaronder histamine, die vooral de doorbloeding stimuleren, maar ook ontstekingsremmend zijn en pijndempend.
De neurohormonale verklaring gaat er vanuit dat bepaalde hormonen invloed hebben op de pijn en op het algemene welbevinden (vermindering van stress, spanning, angst en minder stemmingswisselingen). Het gaat hierbij om endorfines, serotonine en cortisol.
Cortisol is het stresshormoon en massage zorgt ervoor dat er minder van wordt gemaakt door het lichaam. In dit proces neemt de activiteit van het immuunsysteem toe en er ontstaat een hogere weerstand tegen ziektes.
Massage stimuleert de productie van endorfines. Dit is de lichaamseigen pijnstiller.
Serotonine is als gelukshormoon betrokken bij stemming, slaap, emotie, seksuele activiteit en eetlust. Het speelt ook een rol bij de verwerking van pijnprikkels. Massage geeft een toename van serotonine.

In het weefsel
Om de cellen van het weefsel bevindt zich vocht. Dit weefselvocht bevat voeding en zuurstof die de cellen gebruiken om te leven en om hun functie uit te voeren. Een spiercel moet kunnen samentrekken en een talgklier moet talg maken.
De bevoorrading van het weefselvocht vindt plaats vanuit de slagaderen. Deze vormen haarvaten van waaruit vocht, voedingsstoffen en zuurstof worden geperst.
De cellen produceren op hun beurt ook afvalstoffen die zij dumpen in het weefselvocht. Via de lymfevaten en haarvaten die samen komen in aderen, wordt dit afgevoerd. Om de cel is dus een heel systeem aanwezig om voeding en zuurstof aan te voeren en om afvalstoffen af te voeren.
Een betere doorbloeding zorgt voor meer aanvoer van voedingsstoffen en zuurstof. Ook wordt hierdoor de afvoer gestimuleerd. Overtollig weefselvocht en afvalstoffen worden afgevoerd via de lymfevaten en aderen. Dit komt door doordat massage het opnamevermogen van de lymfe- en bloedvaten stimuleert. Ook geeft massage een prikkel tot verbetering van de stofwisseling. Het weefsel gaat hierdoor beter functioneren.

|

De commentaren zijn gesloten.